Een rustige en veilige leeromgeving ontstaat niet vanzelf. In iedere klas komt gedrag voor dat de les kan verstoren. De manier waarop een docent daarop reageert, bepaalt vaak of een situatie snel wordt opgelost of juist verder escaleert.
Daarom bevat EQObserve de indicator ‘Reactie op ongewenst gedrag’. Deze indicator registreert niet óf een docent goed heeft gehandeld, maar welke reactie tijdens de observatie zichtbaar was. Net als bij alle andere indicatoren gaat het om objectief observeerbaar gedrag. De observatie legt vast wat de docent doet, zonder daar direct een waardeoordeel aan te verbinden.
Bij iedere reactie wordt het aantal keer geregistreerd. Dat is geen score. Een docent die meerdere keren een leerling aanspreekt, functioneert niet per definitie minder goed dan een collega die nauwelijks hoeft in te grijpen. Klassen verschillen, lessen verschillen en ook de aard van het gedrag verschilt. De observatie laat uitsluitend zien welke interventies gedurende de geobserveerde periode zichtbaar waren.
Waarom juist deze indicatoren?
De gekozen indicatoren sluiten aan bij wat in de literatuur vaak wordt beschreven als een escalatieladder of interventieladder. Effectief klassenmanagement kenmerkt zich door het kiezen van de minst ingrijpende interventie die het gewenste effect heeft. Wanneer een lichte interventie voldoende is, is een zwaardere maatregel meestal niet nodig.
Onderzoek naar classroom management laat zien dat ervaren docenten vaak beginnen met subtiele interventies. Daarmee blijft de aandacht van de klas zoveel mogelijk bij het leerproces en wordt onnodige escalatie voorkomen. Pas wanneer een lichtere interventie onvoldoende effect heeft, wordt een volgende stap gezet.
De indicatoren in EQObserve volgen deze gedachte.
Negeren
Niet ieder ongewenst gedrag vraagt om een reactie. Klein, incidenteel gedrag kan soms het beste bewust worden genegeerd, zeker wanneer het vanzelf weer stopt of wanneer aandacht het gedrag juist zou versterken.
Deze strategie wordt in de literatuur aangeduid als planned ignoring. Het doel is niet om gedrag te accepteren, maar om de aandacht gericht te houden op het gewenste gedrag.
Tijdens een observatie wordt geregistreerd wanneer de docent zichtbaar kiest om een lichte verstoring niet direct te corrigeren.
Non-verbale correctie
Veel gedragsproblemen kunnen worden opgelost zonder de les te onderbreken. Een blik, een handgebaar, dichter bij een leerling gaan staan of kort oogcontact maken is vaak voldoende.
Onderzoek laat zien dat dergelijke non-verbale interventies de instructie minder verstoren dan verbale correcties en bijdragen aan een rustig klassenklimaat.
Daarom worden deze interventies afzonderlijk geregistreerd.
Aanspreken van de leerling
Soms is een directe persoonlijke aanwijzing nodig. De docent spreekt één leerling aan op zijn of haar gedrag, zonder dat de hele klas hierbij wordt betrokken.
Deze vorm van corrigeren is gerichter dan een algemene opmerking aan de groep en maakt duidelijk welk gedrag moet veranderen.
Verbale correctie
Wanneer een non-verbale aanwijzing onvoldoende effect heeft, kan een expliciete verbale correctie nodig zijn. Daarbij benoemt de docent welk gedrag ongewenst is en welk gedrag wordt verwacht.
Duidelijke verwachtingen en consistente correcties vormen volgens onderzoek een belangrijk onderdeel van effectief klassenmanagement.
Verplaatsen van de leerling
Wanneer het gedrag blijft aanhouden of invloed heeft op andere leerlingen, kan de docent besluiten een leerling een andere plaats te geven.
Dit is een zwaardere interventie omdat deze zichtbaar ingrijpt in de klassensituatie. De maatregel is erop gericht de rust in de klas te herstellen en verdere verstoring te voorkomen.
Tijdens een observatie wordt uitsluitend geregistreerd dat deze interventie heeft plaatsgevonden.
Anders
Niet iedere situatie past binnen een vaste categorie. Daarom bevat EQObserve de mogelijkheid om andere zichtbare interventies vast te leggen.
Hiermee blijft de observatie flexibel en kan ook gedrag worden geregistreerd dat minder vaak voorkomt of sterk afhankelijk is van de context.
Van observatie naar professionele reflectie
De indicator ‘Reactie op ongewenst gedrag’ is geen meetinstrument voor de kwaliteit van klassenmanagement. Een observatie zegt niet of een docent streng of juist mild is. Ook zegt een observatie niet of een bepaalde interventie de juiste keuze was.
De indicator maakt uitsluitend zichtbaar welke interventies tijdens de observatie werden toegepast. Juist door deze objectief vast te leggen, ontstaat een goed gesprek over klassenmanagement. Welke interventies worden vaak gebruikt? Welke juist nauwelijks? Past dat bij de visie van de school? En hoe ervaren docenten zelf de effectiviteit van hun aanpak?
Zo ondersteunt observeren niet de beoordeling van docenten, maar de gezamenlijke ontwikkeling van professioneel handelen.
Verder lezen
- Simonsen, B., Fairbanks, S., Briesch, A., Myers, D. & Sugai, G. (2008). Evidence-based Practices in Classroom Management.
https://www.researchgate.net/publication/236785368_Evidence-based_Practices_in_Classroom_Management_Considerations_for_Research_to_Practice - Marzano, R. J. (2003). The Key to Classroom Management.
https://www.researchgate.net/publication/283749466_The_Key_to_Classroom_Management - Evertson, C. M. et al. (1994). Classroom Management for Elementary Teachers. Third Edition.
https://eric.ed.gov/?id=ED369782 - Lewis, R. (2008). Understanding Pupil Behaviour.
https://www.academia.edu/40330348/Understanding_Pupil_Behaviour - Education Endowment Foundation. Behaviour Interventions.
https://educationendowmentfoundation.org.uk/education-evidence/teaching-learning-toolkit/behaviour-interventions