Tijdens een reeks lesobservaties besloot een school niet alleen te kijken naar het vóórkomen van ongewenst gedrag, maar vooral naar de manier waarop docenten daarop reageerden. De observaties werden uitgevoerd met EQObserve en maakten onderdeel uit van een bredere kwaliteitscyclus waarin lesobservaties werden gebruikt als vertrekpunt voor professionele ontwikkeling.
De observaties leverden een mooi beeld op. Opvallend was dat docenten relatief vaak kozen voor het negeren van licht ongewenst gedrag (29%). Ook het direct aanspreken van een leerling kwam regelmatig voor (22%), gevolgd door verbale correcties (17%). Minder vaak werd gekozen voor het verplaatsen van een leerling (14%) of een non-verbale correctie (5%). Daarnaast werd bij 13% van de situaties een andere interventie toegepast.

De school koos er bewust voor om deze resultaten niet als een beoordeling van individuele docenten te gebruiken. Zoals beschreven in het kennisbankartikel Lesobservatie met of zonder oordeel is een observatie bedoeld om zichtbaar te maken wat tijdens een les gebeurt, niet om uitspraken te doen over de kwaliteit van een docent. De observaties vormden daarom het begin van een gesprek, niet het einde ervan.
Tijdens een gezamenlijke bijeenkomst bekeken de docenten de gegevens eerst op schoolniveau. Daarbij ontstond een interessante discussie. Waarom werd zo vaak gekozen voor negeren? Was dat een bewuste pedagogische keuze of gebeurde het vooral uit gewoonte? En waarom werden non-verbale correcties relatief weinig waargenomen, terwijl juist deze interventies de les vaak nauwelijks onderbreken?
De school concludeerde dat verschillende docenten vergelijkbare situaties op uiteenlopende manieren aanpakten. Dat bleek geen probleem te zijn; iedere docent ontwikkelt immers een eigen stijl. Wel ontstond de behoefte om meer met elkaar te spreken over de afwegingen achter die keuzes. Niet de vraag “Wie doet het goed?”, maar de vraag “Waarom kies jij in deze situatie voor deze interventie?” stond centraal.
Vervolgens werden enkele lessen opnieuw geobserveerd. Docenten die dat wilden, experimenteerden bewust met meer non-verbale correcties voordat zij overgingen tot een verbale interventie. Anderen besteedden juist aandacht aan het eerder benoemen van verwachtingen aan het begin van de les, waardoor minder correcties tijdens de instructie nodig waren.
Na enkele weken bleek niet zozeer het aantal interventies veranderd, maar vooral het bewustzijn van docenten. Zij gaven aan beter na te denken over hun reacties op ongewenst gedrag en merkten dat collega’s verschillende effectieve strategieën gebruikten waarvan zij konden leren.
Deze praktijkcasus laat zien dat observatiegegevens vooral waarde krijgen wanneer zij onderdeel worden van een professionele dialoog. Een grafiek vertelt niet welke aanpak de beste is. Zij maakt alleen zichtbaar welke patronen er binnen een school bestaan. Pas in het gesprek krijgen deze gegevens betekenis.
Daarmee sluit deze casus aan bij drie belangrijke uitgangspunten van EQObserve. In het artikel Lesobservatie met of zonder oordeel wordt uitgelegd waarom observaties bedoeld zijn om professioneel leren te ondersteunen en niet om docenten te beoordelen. In Reageren op ongewenst gedrag: observeren zonder te oordelen wordt beschreven waarom juist deze gedragsinterventies zijn gekozen en waarom zij afzonderlijk worden geregistreerd. En in Burgerschap observeren in de les wordt duidelijk dat ook de manier waarop een docent reageert op gedrag onderdeel is van het bredere pedagogische klimaat waarin leerlingen leren samenleven en verantwoordelijkheid nemen.
Voor deze school was de grootste opbrengst uiteindelijk niet de grafiek zelf, maar het gesprek dat eruit voortkwam. De observaties maakten zichtbaar wat in de dagelijkse praktijk vaak onbewust gebeurt. Juist dat inzicht vormde de basis voor verdere professionele ontwikkeling.